Reportageserie leven in een Hospice: Het Uitvaarthuis

De dood krijgt een huiselijk gezicht

Het liefst sterven mensen thuis, maar ze kunnen ook kiezen voor een zogeheten ‘hospice’ om hun laatste fase door te brengen. Hoe gaat het eraan toe? Vandaag het zevende en laatste deel van een serie artikelen over leven en dood in een hospice.

Meer dan eens viel in de artikelenserie over hospices, die de afgelopen weken in het ED stond, het woord ‘huiselijk’. In deze laatste aflevering neemt Marie-Anne Ballering het ook in de mond. Haar vader, Eindhovenaar Ad van Eerdewijk, kwam zelf op het idee zijn laatste levensfase door te brengen in hospice De Regenboog. “Hij was erg bij de tijd en had erover gelezen in de krant.” Ad van Eerdewijk was al lang weduwnaar en wilde zijn toch al drukbezette kinderen niet belasten met zijn verzorging, vandaar zijn keuze voor het hospice. Zijn dochter: “Hij had blaaskanker. De medische indicatie was geen probleem. We zijn samen gaan kijken en hij wilde er meteen naartoe. Met foto’s van de hele familie, schilderijen van mijn moeder, zijn orchideeën en andere persoonlijke dingetjes, zoals zijn zoals zijn beschermengeltje, hebben we er voor hem een echt thuis van gemaakt.” Marie-Anne Ballering werkt in het ziekenhuis in Geldrop. “Daar heb je als patiënt alleen een bed en een tv. Het is koud en onpersoonlijk, een enorm verschil met een appartement in een hospice.” Haar vader verbleef er 109 dagen. Dat is lang, want gemiddeld is het verblijf twee tot drie weken.

Op zondag 22 januari overleed hij, twee dagen voor zijn 85-ste verjaardag. Zijn dochter had een bericht gelezen dat uitvaartondernemer Hans Raaijmakers in Geldrop juist die maand was begonnen met een zogenaamd ‘Uitvaarthuis’, waar overledenen in huiselijke sfeer kunnen worden opgebaard. Het bleek een bungalow te zijn aan het Emopad met twee rouwkamers. “Om mijn vader bij mij thuis op te baren, vond ik te confronterend. Ik heb het Uitvaarthuis bekeken en het voelde goed, heel anders dan de batterij rouwkamers in mortuaria.” De nabestaanden van Ad van Eerdewijk hebben zijn spulletjes verhuisd van het hospice in Eindhoven naar het Uitvaarthuis in Geldrop. “Eigenlijk”, zegt zijn dochter, “zou je een Uitvaarthuis kunnen zien als een verlengstuk van een hospice”. Er is een keuken waar gegeten kan worden, een huiskamer met een open haard, er kan muziek worden afgespeeld, de overledene ligt niet in een kist, maar gewoon op een bed. “Heel sfeervol. Het gaf ons echt het gevoel van: vader is weer thuis. We konden om hem heen zitten, hem even vasthouden en bij wijze van spreken gewoon met hem praten. Op zijn verjaardag waren we er allemaal: zijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. In de keuken hebben we samen gebak gegeten.”

Ad van Eerdewijk was een van de eersten die werden opgebaard in het Uitvaarthuis in Geldrop. Het is vooralsnog het enige in de regio. Hans Raaijmakers kwam erop nadat hij er een in Tilburg had gezien. Niemand zal hem horen zeggen dat rouwkamers in mortuaria van ziekenhuizen en uitvaartcentra kil, of op een andere manier niet in orde zijn. “Ze zijn ook allemaal netjes aangekleed, maar het zijn vaak bedrijfspanden, soms gelegen op industrieterreinen. Het Uitvaarthuis is een echt huis in een gewone straat waar altijd in geleefd is door een gezin. Dat voelt toch warmer.”

Nabestaanden kunnen het tot aan de begrafenis of crematie als hun eigen huis beschouwen. “Ze krijgen de sleutel van de voordeur en kunnen er 24 uur per dag hun dierbare bezoeken.” Hans Raaijmakers werkte eerder onder meer bij het crematorium in Heeze. Hij weet nog dat pater Leopold Verhagen tegen hem zei dat hij ‘precies het juiste gezicht had voor dat werk’. Zelf noemt hij zich ‘een sociaal gevoelsmens’. “Ik wil plezier hebben in mijn werk. Dat klinkt raar in deze business, maar zo ervaar ik het wel.” Op 9 januari jongstleden startte hij als zelfstandig uitvaartverzorger.

De trend dat kleine uitvaartbedrijven werden overgenomen door grote maatschappijen heeft de laatste jaren geleid tot een tegenbeweging van steeds meer kleine ondernemers die voor zichzelf beginnen. “Met het Uitvaarthuis wil ik me onderscheiden van collega’s in de regio”, aldus Raaijmakers. De eerste reacties zijn volgens hem ‘superpositief’. Nabestaanden, vertelt hij, zal hij altijd aanbevelen de overledene thuis op te baren. “Dat geeft het fijnste gevoel en is het beste voor de rouwverwerking.” Maar als het thuis niet kan, ziet hij het Uitvaarthuis als een huiselijk alternatief. Behalve de rouwkamers, die zijn gedoopt met de bloemennamen ‘Hortensia’ en ‘Lavendel’, is er een vertrek waar de overledene wordt verzorgd. Als dat gebeurt, raadt hij familieleden aan erbij te zijn en mee te doen. “Veel mensen staan er huiverig tegenover, maar al kammen ze alleen maar de haren van de overledene…. Alles doen wat in hun vermogen ligt, helpt bij het verwerken van het verdriet.” Het Uitvaarthuis past in de behoefte de sfeer rondom de dood en de begrafenis of crematie persoonlijker te maken. Rituelen, grafzerken, urnen en andere ornamenten worden afgestemd op de specifieke wensen van de familie omtrent de nagedachtenis aan de overledene.

Ad van Eerdewijk werd opgebaard onder een kleed dat verpleegkundige Maria Schoenmakers van het hospice speciaal heeft gemaakt voor overledenen, vertelt zijn dochter. “Een patchwork van fleurige motieven en hier en daar een schittersteentje.” Volgens haar hielp het de kleinkinderen dicht bij hem te willen zijn nadat hij was overleden. Toen de zaterdag naderde dat Ad van Eerdewijk naar het crematorium in Heeze werd gebracht en het deksel van de kist in het Uitvaarthuis was gearriveerd, dacht een van de achterkleinkinderen dat het een sjoelbak was. “Sjoelen is ons familiespel. Die grap brak even de spanning en het verdriet. Ze hebben er figuren op geschilderd en op andere manieren de kist van ‘opi’ versierd. Dat was mooi.” Marie-Anne Ballering mocht van de uitvaartondernemer mee in de rouwauto naar het crematorium. Ook dat vond zij bijzonder, omdat ze zo vaak met haar vader was meegereden als hij naar het ziekenhuis moest. “Hij had tegen me gezegd dat hij geen droevige dode zou zijn en dat ik niet om hem hoefde te huilen. Ik heb geantwoord dat ik hem wel heel erg ging missen.” Enige tijd na de crematie hebben zij en de andere nabestaanden de woning van Ad van Eerdewijk leeggehaald en spullen naar de kringloopwinkel gebracht, die in Geldrop toevallig schuin tegenover het Uitvaarthuis ligt. “Telkens als ik er voorbij kwam, keek ik er even naar. Het voelde goed zoals het geweest was”, zegt ze.

Bron: Eindhovens Dagblad, 17 maart 2012
Door: Peter van Vlerken


Verhalen over hospices gebundeld in boekje
De acht verhalen van ED-journalist Peter van Vlerken over de hospices die in februari en maart in het ED verschenen zijn onlangs gebundeld en uitgebracht in het boekje “Leven in een hospice”. Het boekje werd op 12 mei j.l. gepresenteerd tijdens een symposium op het Eindhovense landgoed Eikenburg. In het boekje staan interviews met onder andere verpleegkundige Maria  Schoenmakers, geestelijk verzorger Betty Morel en vrijwilligster Mieke Vlemmix van hospice de Regenboog in Eindhoven. De Regenboog is onderdeel van Stichting Sint Annaklooster.

Het verhaal over het Uitvaarthuis van Uitvaartzorg Hans Raaijmakers sluit de artikelenreeks.
Het boekje is voor € 9,95 te koop aan de balie van het Eindhovens Dagblad en via de ED-webwinkel.

Gerelateerde pagina's: